De ontdekking van de hemel : roman, Mulisch, Harry
1. Auteur: Harry Mulisch
2. Titel: de ontdekking van de hemel
3. Uitgever, plaats en jaar van uitgave, druk: de Bezige Bij, Amsterdam, 1992, 4de
4. Samenvatting:
"Eerste deel: het begin van het begin"
In de proloog vertelt een engel aan een andere engel, die in rang hoger is, hoe hij in opdracht van 'de Chef' het testimonium naar de hemel heeft teruggebracht. Hij begint zijn verhaal op maandag 13 februari 1967, om twaalf uur 's nachts.
Op de vijfenzeventigste verjaardag van Hendrikus Jacobus Andreas Quist, minister van Staat, valt precies om middernacht het licht uit. Iemand heeft voor kortsluiting gezorgd. De familie protesteert luidkeels, maar Onno, de jongste zoon, geniet mateloos en gooit nog flink wat olie op het vuur met provocerende en beledigende opmerkingen. Als hij tenslotte iedereen tegen zich in het harnas heeft gejaagd, gaat hij tevreden naar huis, lopend. Hij twijfelt er niet aan dat hij, ondanks het late uur, nog een lift naar Amsterdam zal krijgen.
Op datzelfde ogenblik beleeft Max Delius op een andere plaats in de stad een van zijn seksuele avonturen. De dame in kwestie heeft hij enkele uren van te voren op een studentenfeest ontmoet. Nadat ze hun samenzijn bekwaam naar een hoogtepunt hebben gevoerd, stapt hij uit haar bed en gaat naar huis.
Op een kruispunt ziet hij Onno staan. Hoewel zij elkaar nooit eerder hebben ontmoet, meent hij toch diens profiel te herkennen. Hij stopt en biedt hem een lift aan. In de auto vertelt Onno dat hij een zoon is van de bekende calvinistische ouds-staatsman, die voor de oorlog vier jaar lang minister-president is geweest. Hoewel hij eigenlijk rechten gestudeerd heeft, trekt taalkunde hem meer. Vandaar zijn bemoeienissen met het Etruskisch. Hij wil nu proberen de tekens op de Diskos van Phaistos te ontcijferen.
Max is astronoom. Hij heeft een minder prestigieuze afkomst. Zijn vader is na de bevrijding als oorlogsmisdadiger geëxecuteerd. Vanaf het begin van de oorlog heulde hij al met de Duitsers en op een gegeven ogenblik liet hij zich, als blijk van zijn pro-Duitse gezindheid, zelfs van zijn joodse vrouw scheiden. Dat was voor haar zoveel als een doodvonnis geweest. De bescherming die haar huwelijk met een ariër geboden had, viel nu weg en het duurde dan ook niet lang of zij werd via Westerbork naar Auschwitz getransporteerd. Daar is zij waarschijnlijk in de gaskamers omgekomen. Ook Max' grootouders, die inmiddels waren ondergedoken, werden door zijn vader verraden. Max was na de oorlog opgegroeid bij katholieke pleegouders. Als hij vertelt dat hij op 27 november 1933 is geboren, stelt Onno vast dat zij op dezelfde dag verwekt moe