samenvattingen.com

Zoeken

Voortgezet Onderwijs | Middelbaar Beroepsonderwijs | Hoger Beroepsonderwijs | Wetenschappelijk Onderwijs


Economie examenstof HAVO,

Module 1

hoofdstuk 1

  • We onderscheiden behoeften aan basisgoederen, normale goederen en luxe goederen.
  • Preference drift: mensen willen altijd meer. Als een behoefte is bevredigd komt er een nieuwe behoefte.
  • Reference drift: we vergelijken ons met anderen en willen hetzelfde. ‘het gras bij de buren is altijd groener’
  • Vrije goederen: we hoeven geen middelen te offeren om over deze goederen te beschikken.
  • Consumptiegoederen: goederen die door consumenten worden gebruikt om in hun behoeften te worden voorzien.
  • Kapitaalgoederen of productiegoederen: goederen die op hun beurt weer worden gebruikt bij het produceren van andere goederen.
  • Er zijn 4 productiefactoren:
    • Natuur: natuurlijke hulpbronnen
    • Arbeid: alle geestelijke en lichamelijke inspanning van mensen den dienste van de productie.
    • Kapitaal: goederen die in het productieproces worden ingeschakeld om er andere goederen mee te maken. (vlottende en vaste kapitaalgoederen)
    • Ondernemersschap
  • Vaste kapitaalgoederen: kapitaalgoederen die langer dan één productieproces meegaan.
  • Hulpstof: dit wordt tijdens het productieproces helemaal verbruikt. Je vind het niet terug in het eindproduct.
  • Grondstoffen: deze zijn wel in het eindproductie terug te vinden.
  • Vlottende kapitaalgoederen: kapitaalgoederen die opgaan in het product (dus zoals grondstoffen)
  • Reëel kapitaal: Machines, grondstoffen en hupstoffen.
  • Schaarste; de spanning tussen de onbegrensde behoeften en de beperkte middelen.
  • Schaarse goederen hebben altijd een prijs
  • Welvaart: de mate waarin mensen er in slagen de schaarste te verminderen.
  • Welvaart in enge zin: De mate waarin men de beschikking heeft over goederen
  • Welvaart in ruime zin: welstand = alle geproduceerde goederen en diensten.

Hoofdstuk 2

  • Consumeren: gebruiken en verbruiken van goederen en diensten.
  • Duurzame consumptiegoederen: goederen waar je meerdere keren plezier van kunt hebben.
  • niet-duurzame consumptiegoederen: goederen die in 1x verbruikt worden
  • Begroting: een o