Bepalen van de warmtecapaciteit van de gebruikte joulemeter,
Werkwijze: Het plan was om in een “kleine” joulemeter (waar 1/3 liter in kan) 150 ml water van 20°C in de doen. Daarna 150 ml water van 60°C erbij te doen. En om daarna de eindtemperatuur te meten. De eindtemperatuur van het water zou dan eigelijk 40°C moeten worden. Maar het zal blijken dat het niet zo is. Er zal dus ook warmte in de joulemeter gaan zitten. We kunnen dan bepalen hoeveel warmte daarin is gaan zitten, en daaruit kunnen we dan, met behulp van onderstaande formule, de warmtecapaciteit van de joulemeter bepalen.Qop = Qaf
k. DTk + (c. m. DTk) = c. m. DTw
k = de warmtecapaciteit van de joulemeter (in J/K)
c = de soortelijke warmte van water (in J/kg/K)