De ontdekking van de hemel : roman, Mulisch, Harry
-H. Mulisch, De ontdekking van de hemel12e druk , De Bezige Bij Amsterdam 1996.
1e druk 1992.
901 bladzijden.
Indeling: 65 hoofdstukken en 4 delen nml.:Het begin van het begin (hst. 1 t/m 19), Het einde van het begin (hst. 20 t/m 33), Het begin van het einde (hst. 34 t/m 50) en Het einde van het einde (hst 50 t/m 65).
Het eerst deel begint met een Proloog en eindigt met De opdracht. Het tweede deel begint met het
Eerste intermezzo en eindigt met Uit de diepte. Het derde deel begint met het Tweede intermezzo en eindigt wederom met Uit de diepte. Het 4e en laatste deel begint met het Derde intermezzo en eindigt met een Epiloog.
-Samenvatting:
-Eerste deel: Het begin van het begin.
In de proloog vertelt een engel aan een andere engel, die in rang hoger is, hoe hij de opdracht van 'De Chef' het testimonium (= getuigenschrift, lees: De tien geboden) naar de hemel heeft teruggebracht. Hij begint zijn verhaal op maandag 13 februari 1967, om twaalf uur 's nachts.
Op de 75e verjaardag van Hendrikus Quist, minister van Staat, valt precies om middernacht het licht uit. Iemand heeft voor kortsluiting gezorgd. De familie protesteert luidkeels, maar Onno, de jongste zoon, geniet mateloos en gooit nog flink wat olie op het vuur met provocerende en beledigende opmerkingen. Als tenslotte iedereen zich tegen hem gekeerd heeft, gaat hij tevreden, lopend, naar huis.
Hij is van plan liftend naar huis (Amsterdam) te gaan en is er zeker van deze lift ook te krijgen.
Tegelijkertijd beleeft Max Delius in de stad een van zijn seksuele avonturen. De dame in kwestie heeft hij enkele uren op een studentenfeest ontmoet (waarzegger). Nadat hij met haar naar haar huis is gegaan en samen tot een hoogtepunt zijn gekomen stapt Max uit bed en gaat naar huis.
Op een kruispunt ziet hij Onno staan. Hoewel ze elkaar nog nooit eerder ontmoet hebben, meent Max Onno's profiel te herkennen. Hij biedt hem een lift aan en Onno vertelt over dat zijn foto in de krant heeft gestaan omdat hij een ere-docteraal aan de universiteit in Uppsala heeft ontvangen daar hij het Etruskisch begrijpelijk heeft ge