Beginselen van de democratische rechtsstaat: inleiding tot de grondslagen van het Nederlandse staats- en bestuursrecht, Burkens, Marten Cornelis Boudewijn et al.
STAATSRECHT TENTAMEN 08-032.1
Staat: Een organisatievorm waarin over de bevolking binnen een bepaald territoir macht (in de zin van hoogste, soevereine macht) wordt uitgeoefend.In de ME was dit slechts theorie > theocratische theorie. De vorst was de hoogste instantie, de bron van alle macht en recht en stond boven de wet.
Hier tegenover stond de visie dat de vorst slechts beperkte rechten had die hij diende te gebruiken om het welzijn van de gemeenschap te bevorderen.
In de praktijk ontbrak het de vorst aan militaire en financiële middelen om de theocratische theorie tot waarheid te maken. De vorst (leenheer) moest vaak domeingoederen ten gebruike geven aan leenmannen/vazallen om van hun militaire diensten gebruik te maken. Deze “overeenkomst” werd erfelijk en zo ontstond het feodalisme.
feodalisme: een sterke band tussen leenheer en vazal, die bestaat uit wederzijdse rechten en plichten > contractuele relatie.
Steden en kloosters waren vrijwel geheel autonoom. Grote leenmannen waren baas in eigen huis. In theorie was de vorst leenman v/d Rooms-Duitse keizer en geestelijk onderworpen aan het gezag v/d paus.
13e eeuw:
Gezag paus en keizer verzwakt door strijd inzake het recht van bisschopsbenoeming (Investituurstrijd). Vorsten worden onafhankelijk, keizer geldt niet meer als heerser en de kerken vallen onder de macht van de vorst.
16e eeuw:
Hervorming, vernietigt de geloo
| niskynie | 29 maart 2011 @ 10:14 uurIk vraag me ook af waar hoofdstuk 6 t/m 14 zijn. |
|---|---|
| gulliano | 14 oktober 2009 @ 07:05 uurwaar is de rest van deze samenvatting! hoofdstuf 5 en verder ontbreekt! |