Aantekeningen bij het schrijven van een Duitse brief,
Aantekeningen bij het schrijven van een brief1. Komma's: deze moet je, onder andere, plaatsen tussen hoofd- en bijzinnen.
2. P.v.: de persoonsvorm moet je in een bijzijn altijd achteraan zetten.
b.v.: Er sagt, daß er arbeiten muß.
3. Van wanneer het een 2e naamval is, moet je van niet vertalen naar het Duits.
tussen 2 zelfstandige naamwoorden in
b.v.: De fiets van de vader. - Das Rad des Vaters.
4. Daß: gebruiken als voegwoord.
Das: gebruiken als aanwijzend of betrekkelijk voornaamwoord en natuurlijk als lidwoord.
5. U: Sie - Ihnen - Sie.
Uw: Ihr.
6. Um: je gebruikt het als voegwoord, maar kan het in de meeste gevallen beter weglaten.