Vormen van beeldspraak,
Samenvatting NederlandsPagina 292 t/m 294 van Kiliaan Informatieboek
Beeldspraak: een eigenschap van iets of iemand wordt door een beeld aangeduid.
Het origineel: het ‘iets of iemand’ waarop de beeldspraak betrekking heeft.
Beeldspraak kun je onderverdelen in:
beeldspraak die berust op een overeenkomst tussen origineel en beeld;
beeldspraak die niet berust op een overeenkomst tussen origineel en beeld.
Voorbeelden
1. Mijn zusje (origineel) is een plaaggeest (beeld).
2. Het Stedelijk Museum heeft een prachtige Mondriaan (beeld) verkocht.
In zin 1. berust de beeldspraak op een overeenkomst: een plaaggeest sart en treitert en mijn zusje doe