De voorspelling, Hartman, Evert
De achttienjarige student Sander Dijkhuizen komt laat thuis. Hij heeft aardig wat gedronken in de kroeg. Kort na middernacht belt een man aan. Hij stelt zich voor als Hadek en zegt dat Sander nog maar veertien dagen te leven heeft; daarna zal hij hem komen ophalen. Hadek raadt Sander aan, zich goed op dat moment voor te bereiden. Verder zegt Hadek dat Sander de volgende dag een teken zal krijgen om te bewijzen dat zijn boodschap echt is. Sander neemt Hadeks woorden niet serieus. Hij denkt aan een ontgroeningsgrap. Toch vertelt hij Marijn, die ook in de studentenflat woont, wat er gebeurd is.De volgende ochtend wordt Sander op weg naar het universiteitsgebouw bijna door een automobilist overreden. Plotseling realiseert Sander