Examenprogramma Scheikunde VMBO,
INLEIDING
Hier zie je een samenvatting gebaseerd op het nieuwe examenprogramma van scheikunde voor MAVO/VMBO dat per 1993 ingaat. Deze samenvatting omvat zowel het C- als het D- programma. Onderdelen die voor beide programma's gelden zijn gewoon afgedrukt. Onderdelen die alleen voor het D- programma gelden (en dus niet voor C) zijn vet afgedrukt.In de samenvatting staan veel feiten die je gewoon uit je hoofd moet kennen. Vaak wordt daar in een examen via meerkeuzevragen om gevraagd.
Met deze samenvatting in combinatie van het oefenen van minimaal 4 examens moet je je voldoende kunnen voorbereiden op het examen.
HOOFDSTUK 1. STOFFEN
1.1 Herkennen van stoffen:
Een stof kan je aan de volgende eigenschappen herkennen:- Toestand: gas (g), vloeistof (l) of vast (s)
- kleur en geur
- oplosbaarheid in water (aq)
- kookpunt en smeltpunt
- elektrische geleiding.
Bij verwarmen van een stof:
- smelten: vast stof wordt vloeistof
- verdampen: vloeistof wordt gas
- sublimeren: vaste stof wordt gas
- stollen: vloeistof wordt vast
- condenseren: gas wordt vloeistof
- rijpen: gas wordt vaste stof
1.2 Zuivere stoffen en mengsels.
Zuivere stoffen bestaan uit 1 molecuulsoort.Mengsels bestaan uit twee of meer soorten moleculen door elkaar heen.
Zuivere stoffen zijn o.a.: suiker, keukenzout, gedestilleerd water.
Een aantal mengsels zijn: leidingwater, melk, limonade, wijn, bier, jenever, spiritus, azijn, ammonia en lucht.
Of een stof zuiver is of een mengsel kan je op een aantal manieren onderzoeken:
- Een zuivere stof heeft een vast smelt- en kookpunt , een mengsel heeft een smelt- en kooktraject.
- Een zuivere stof kan je niet scheiden, een mengsel wel. Als na indampen of
filtreren een residu overblijft, is er altijd sprake van