Alle onderdelen HAVO/VWO,
Hoofdstuk 1 productie en productiefactorenProduceren = het combineren van productiefactoren met het doel waarde toe te voegen.
Onderlinge leveringen Inkopen bij andere bedrijven (bijv. diensten van derden)
Toegevoegde waarde: verkoopwaarde – onderlinge leveringen
Winst = totale opbrengst – totale kosten
Totale opbrengst = prijs product x verkochte hoeveelheid
Totale kosten = prijs productiefactoren x hoeveelheid productiefactoren
Productiefactoren ® middelen die nodig zijn bij de productie
Bijv.
v Arbeid
v Grond
v Kapitaal
v Ondernemersactiviteit
Nationaal product De som van de toegevoegde waarde van alle bedrijven en de overheid in een land in een jaar.
Nationaal inkomen: de som van de beloningen van de productiefactoren in een land in een jaar
Welvaart: mate waarin de bewoners van een land in hun behoeften kunnen voorzien
Schaarste: spanning tussen behoeften en de middelen om deze te bevredigen
Externe effecten: als het streven naar welvaart van de een onbedoeld invloed heeft op de welvaart van een ander.
Positieve externe effecten:
Mooi, fraai gebouw
Negatieve externe effecten:
Lawaai/ geluidsoverlast
Bodemvervuiling
Luchtvervuiling
Watervervuiling
Stankoverlast
Welvaart in enge zin: als je alleen kijkt naar de productie
Welvaart in ruime zin: als je ook de behoeften en de externe effecten er bij betrekt
Beroepsbevolking: alle personen van 15 t/m 64 jaar die beschikbaar zijn om betaald werk te doen.
| bunneke | 27 mei 2004 @ 14:57 uurzeer goed te gebruiken ;p |
|---|