samenvattingen.com

Zoeken

Voortgezet Onderwijs | Middelbaar Beroepsonderwijs | Hoger Beroepsonderwijs | Wetenschappelijk Onderwijs


Nederland en Indonesie: vier eeuwen contact en beinvloeding,

Hoofdvraag

Nederland en Indonesië raakten in de loop der eeuwen steeds meer met elkaar verbonden. Waardoor onderscheidden zich de verschillende vormen van contact tussen de twee landen en hoe kan worden verklaard dat de band verbroken werd?

 

Historisch en geografisch kader

De huidige Republiek Indonesië is in 1945 ontstaan uit het gebied dat in Nederland tot 1949 Nederlands-Indië werd genoemd. Nederlands-Indië was de officiële naam van de kolonie sinds de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1814. De VOC gebruikte het begrip Oost-Indië (hiertoe behoorden ook nederzettingen buiten de Indonesische archipel). De naam Indonesië werd aan het begin van de twintigste eeuw ingevoerd door de Indonesische nationalistische beweging.

Indonesië vormt een eilandenrijk. De archipel omvat circa 13.000 eilanden. Tot de grootste eilanden behoren Java, Sumatra, Borneo (het Indonesisch deel heet nu: Kalimantan), Celebes (nu: Sulawesi) en Nieuw-Guinea (het Indonesisch deel heet nu: Irian Jaya). Tot de kleinere eilanden behoren Bali, Bangka en Billiton, en de eilandengroep Molukken (met onder andere Ambon en Banda). De enorme uitgestrektheid van dit gebied, ruim vijftig maal de grootte van Nederland, wordt zichtbaar door het op een kaart van Europa te projecteren.

Indonesië ligt in de tropen en heeft een moesson-klimaat. Dankzij het gunstige klimaat is er een ruim aanbod aan natuurlijke grondstoffen en voedingsmiddelen. Het land is rijk aan delfstoffen en mineralen.

De Indonesische archipel kent een grote verscheidenheid aan etnische groepen, met honderden verschillende talen en dialecten. Vóór de komst van de Europeanen kunnen op grond van de middelen van bestaan drie typen samenlevingen worden onderscheiden. In de binnenlanden kwamen gebieden voor waar men leefde van jacht, visvangst en het verzamelen van voedsel (zoals op Borneo en in Nieuw-Guinea). Daarnaast waren er gebieden met goede landbouwgronden, zoals op het dichtbevolkte eiland Java, waar rijke beschavingen ontstonden met steden waar ambacht en nijverheid bloeiden. In de kuststreken ten slotte werd er veel handel gedreven. Door de centrale ligging van de archipel was er een levendige inter-Aziatische handel, met name met China, India en de Arabische wereld.

Door handelscontacten vond ook een uitwisseling van ideeën en godsdiensten plaats. Na het hindoeïsme en het